Overdenking

Ouder worden

Met regelmaat hoor ik in gesprekken de verzuchting: ‘Oud worden willen we allemaal, maar oud zijn...’
Het lijkt wel of ‘oud’ zijn in deze samenleving eigenlijk niet meer past. Zolang men ‘vief’ blijft en, ondanks hier en daar een ouderdomsprobleempje, toch actief kan blijven in de gemeenschap, je naar de kerkdiensten kunt blijven gaan, lijkt het allemaal wel mee te vallen. Dan blijven er veel contacten, ook al vallen er ‘oude bekende’ om je heen weg.

Maar het kan ook zijn dat de kwalen die zich langzaam maar zeker aandienen ervoor zorgen dat je meer ‘huis-gebonden’ wordt. Dat het niet meer vanzelfsprekend is om ergens alleen heen te kunnen gaan: met de auto, op de fiets of lopend. Dat het tillen van de pan, waarin je altijd voor iedereen soep kookte, niet meer lukt, het organiseren van iets. Maar misschien ook wel dat alle drukte aan je hoofd te veel wordt: dat bijvoorbeeld een huiskamer vol mensen op een verjaardag ontzettend gezellig is maar wel een paar dagen vraagt om weer bij te komen.

Ook vallen er mensen om je heen weg die je lief waren; je partner, familie, vrienden, soms zelfs kinderen. Alles bij elkaar ben je niet meer wie je altijd was. Dat hoeft niet alleen door de leeftijd te komen. Je kunt ook zomaar ziek worden, ook als je jong bent. Langzaam ervaar je dat de tijd met al zijn snelheid, zijn mobiele telefoons, computers, laptops en ‘Google’ niet meer bij te houden is.

Als je dat tenminste nog zou willen
Ook de dagplanning kan langzaam maar zeker bepaald worden door thuiszorg, ziekenhuisbezoeken of wanneer de warme maaltijd gebracht wordt.
Het komt er vaak sluipend in en op een bepaald moment kun je je realiseren dat je ‘oud’ bent geworden, ongeacht de kalenderleeftijd. Toon Hermans verwoordt het mooi in zijn gedicht ‘Oud zijn’.

Alles is er in onze maatschappij op gericht dat we een steeds hogere leeftijden zullen bereiken. Kijk naar vakantieaanbiedingen, werken na je 67e.
Het vooruitzicht van oud worden is mooi want; ‘er ligt nog een wereld voor je open’, zoals dan vaak gezegd wordt. Maar ja, dan komt het moment dat alles niet meer vanzelf gaat. Hoe graag je dat ook zou willen. Hoe moeilijk kan het dan soms zijn om positief te kunnen blijven? Om te blijven vertrouwen in het leven, in jezelf, in de mensen om je heen. Maar ook in God.

In de 40 dagentijd lezen en spreken over de verzoeking van Jezus: 40 dagen in de woestijn. Dor en droog en met allerlei aanvechtingen. ‘Mijn God, mijn God...’

Ons leven kan soms ook als een woestijn aanvoelen. 40 dagen, 40 jaar onderweg. Het kan voelen alsof je erin verzand. En soms vraag je je misschien wel af waar je naar toe onderweg bent.

Laten we, misschien wel juist in deze 40dagentijd, met elkaar mee optrekken, dwars door woestijnen heen. Met bezinning, met licht, met Licht, Liefde en betrokkenheid bij en voor elkaar.
 

Dat we kunnen, mogen en blijven vertrouwen op een ‘God die zal zorgen’ zoals het gedicht van André Troost zegt. En dat wij, en de mensen om ons heen, Zijn handen en voeten zijn.

Yolanda van der Stelt, seniorenpastor

terug